Door de uitbraak van COVID-19 werden niet-essentiële verplaatsingen sterk afgeraden. Duizenden vliegtuigen bleven aan de grond, populaire autowegen waren een stuk rustiger en ook het openbaar vervoer viel bijna stil.
Die weken van lockdown hadden een impact op de manier waarop we ons verplaatsen. Maar kunnen we stellen dat op z’n minst sommige van die aanpassingen ook na de crisis zullen blijven bestaan?

Wij stellen enkele denkpistes voor die onze toekomstige mobiliteit onder de loep nemen.

1. Scherpe daling van het aantal verplaatsingen tijdens de lockdown

  • Het zal u niet verbazen dat onze verplaatsingen tijdens de lockdown-weken met 46% daalden. Enkel het fietsen en wandelen nam toe. Logisch, want die verplaatsingsmiddelen waren de enige die nog waren toegelaten.
  • Als gevolg van officiële aanbevelingen is het thuiswerk toegenomen. Het werken op afstand heeft dan ook sterk bijgedragen aan de forse daling van verplaatsingen.
  • Internationale verplaatsingen, zowel zakenreizen als toeristische trips, werden door de sluiting van de grenzen zo goed als onmogelijk. Treinen en vliegtuigen werden op indrukwekkende parkings opzijgezet.

2. Een sterkere bewustwording tijdens de lockdown?

Bewustwording

  • Nu we hebben geproefd van een leven waarin we ons minder verplaatsen en waarin we meer aandacht kunnen besteden aan ons gezin of onze hobby’s, vragen sommigen zich af of het wel gezond is: een maatschappij waarin iedereen voortdurend onderweg is.
    Dat ook de uitstoot van broeikasgassen afnam, bewijst dat we wel degelijk meer respect voor de natuur kunnen opbrengen en vervuilende activiteiten kunnen terugdringen. Het behoud van onze planeet zou op de eerste plaats moeten staan.
  • De lockdown was met andere woorden gunstig voor onze strijd tegen de klimaatopwarming. Het heeft ons wakker geschud en gestimuleerd om ons in de toekomst nog beter in te zetten voor het milieu.

3. Wordt na de COVID-19-crisis alles weer zoals vroeger, of gaan we ons duurzamer verplaatsen?

  • Omwille van haar impact op het milieu lag het massatransport ook vóór de gezondheidscrisis al sterk onder vuur. Nu lijkt het haast onvermijdelijk om op dat vlak af te slanken en aanpassingen door te voeren.
    Die vaststelling geldt vooral voor de vliegtuigsector, waar de winstderving enorm is. Kleinere maatschappijen kregen te kampen met faillissementen, terwijl de grotere maatschappijen – ondanks overheidssteun – moeten herschalen.
    Paradoxaal genoeg zijn het vooral de enorme financiële verliezen die ervoor zullen zorgen dat er in de vliegtuigsector grote veranderingen gaan plaatsvinden. Veranderingen die ook aan de ecologische problematiek tegemoet zullen komen.
  • Nu reizen naar het buitenland beperkt wordt, ook binnen Europa, en mensen bang zijn om COVID-19 op te lopen, daalt het aantal reizen over de grens. Het toerisme in België zelf leeft daarentegen helemaal op. De verschillende gewesten van ons land zetten alles op alles om hun prachtige dorpen, rustige natuurgebieden en ongekende activiteiten te promoten.
  • Deze kentering zorgt ervoor dat het lokale toerisme een piek kent. De verplaatsingen die gebeuren, zijn minder ver, en dat komt het milieu alleen maar ten goede.
  • Hoewel we bij het woord ‘vakantie’ nog steeds aan een verre bestemming, zon, zee en strand denken, zullen ook de toeristische verplaatsingen binnen Europa veranderen.
  • Het massale thuiswerken heeft pendelaars en hun leidinggevenden doen beseffen dat op afstand werken heel wat voordelen heeft – ook al is het geen wondermiddel. Het zou heel goed kunnen dat thuiswerk in de toekomst vaker voorkomt dan voor de pandemie.
  • Ook hier is er een positief effect op de mobiliteit van de Belgen en het milieu.
  • De kans is ook groot dat de vele klassieke en elektrische fietsen die tijdens de epidemie zijn gekocht – zoveel zelfs, dat de voorraad van de leveranciers uitgeput was – niet in de garage blijven staan. Veel Belgen zullen hun fiets op z’n minst nog voor ontspanning en sport gebruiken.
  • Ook de wandel- en hardloopkleren waren erg in trek en blijven waarschijnlijk en hopelijk niet voor eeuwig in de kast liggen.

4. Nu we ons allemaal ‘anders’ verplaatsen, speelt de overheid een cruciale rol in het terugdringen van fossiele brandstoffen

Verplaatsen met de fiets

  • Dit is hét moment om duurzaam vervoer te stimuleren. Maar vooral in de steden is duurzaam vervoer enkel mogelijk als het gesteund wordt door de overheid. De Brusselse en Waalse Gewesten hebben allebei een mobiliteitsplan dat het aantal verplaatsingen per fiets tegen 2025 wil verdubbelen.
  • Het vervoer veranderen, dat is ook de treinen, trams en bussen efficiënter en aantrekkelijker maken. Zowel de NMBS als de busmaatschappijen werken strategieën voor de toekomst uit. Nu moet enkel nog de financiering volgen, mét steun van de overheid.
  • Om de plaats die de auto inneemt te veranderen, moeten we het beeld dat wij van de auto hebben, veranderen. Daarvoor zouden we bijvoorbeeld onze reclame moeten aanpassen. Ook hier zou de overheid doelen moeten stellen en regels moeten vastleggen om die doelen te halen.

5. De nieuwe plaats van elektrische voertuigen

De nieuwe plaats van elektrische voertuigen

  • Als we onze manier van verplaatsen willen veranderen, lijkt een elektrische auto de ideale oplossing: hij is ecologisch en respecteert de geluidsnormen.
    Toch is het niet onbelangrijk om u goed te informeren over de samenstelling van de batterijen en de CO2-uitstoot die er nodig was om die elektrische auto’s te maken. Een elektrische auto kan, met name door de aanwezigheid van zeldzame aardmetalen, ook heel vervuilend worden.

De maatregelen die er voor de COVID-19-crisis zijn getroffen, lijken de evolutie naar een meer ecologisch vervoer te hebben geboost.
U kunt uw steentje bijdragen door goed na te denken over de noodzaak van uw verplaatsingen, maar ook door minder vervuilende vervoersmiddelen te verkiezen.
Aangezien de aankoop van een minder vervuilend vervoersmiddel prijzig kan zijn, kan een lening u helpen om uw aankoop niet langer uit te stellen!